1 Een brede ontwikkeling nastreven.

Kinderen houden ervan om grenzen te verleggen. Hun persoonlijkheid ontwikkelt zich pas ten volle wanneer men hen daartoe uitnodigt en veel van hen verwacht. Door kinderen een veelheid aan ervaringen en ontmoetingen aan te bieden, wordt hun omgeving een rijke en veilige oefenplaats voor de complexe maatschappij waarin ze later hun eigen plaats moeten vinden.
Zo worden kinderen uitgedaagd om hun talenten volop te kunnen ontplooien.
Om in de maatschappij niet aan de zijlijn te staan, moeten kinderen en jongeren enorm veel competenties ontwikkelen. Denk maar aan : omgaan met informatie, zich kritisch kunnen en durven opstellen, probleemoplossend denken, sportieve vaardigheden, samenwerken, werk vinden, vlot communiceren, creatief zijn, keuzes kunnen maken, op verschillende wijzen uitdrukking kunnen geven aan de eigen gedachten en gevoelens, daar plezier aan beleven, … Wij willen die competenties bevorderen. Ze zijn een samenspel van inzichten, vaardigheden en attitudes die kunnen worden ingezet in concrete situaties.
Vanuit onze visie dat elk kind een rijk individu is, met talenten en noden, gaan wij als school het engagement aan om extra zorg te besteden aan “al onze leerlingen”.
Dit betekent dat wij oog hebben voor de cognitieve prestaties, de sociaal emotionele en de psychomotorische ontwikkeling van elk kind, rekening houdend met hun eigenheid en persoonlijkheid.

Bron : katholiek basisonderwijs VADEMECUM ZORG – www.prodiagnostiek.be

De uitdaging is om iedereen zoveel mogelijk aan te spreken op zijn mogelijkheden en de nodige kansen te bieden deze te herkennen, benoemen, verruimen, verdiepen en verder te ontwikkelen.
Onder zorg verstaan we de pogingen om het basisonderwijs zo in te richten dat meer en meer kinderen dan voorheen, overeenkomstig hun individuele mogelijkheden en talenten, gevormd en onderwezen worden en zich ten volle kunnen ontwikkelen.

2 Continuüm van zorg.

Het zorgbeleid wordt gevoerd vanuit een visie op zorg. Door te werken met een duidelijke visie weten alle teamleden wat er van hen verwacht wordt. De structuur van de zorg wordt duidelijk voor alle betrokkenen. Onze zorgvisie is gebaseerd op het zorgcontinuüm.

Bron : katholiek basisonderwijs VADEMECUM ZORG

2.1 Preventieve basiszorg - fase 0.

Bovenaan in het continuüm van zorg staat de preventieve basiszorg, want goede zorg start met goed onderwijs in de klas. Het is de opdracht van elke school om de maximale ontwikkeling van alle leerlingen te stimuleren en problemen zo veel als mogelijk te voorkomen.
Op schoolniveau betekent dit dat onze school de ontwikkeling stimuleert van alle leerlingen en zo mogelijke problemen probeert te voorkomen. Om dit te verwezenlijken bouwt onze school een haalbaar en gedegen programma uit voor haar leerlingen. We zorgen voor effectieve doelen (volgens het curriculum) en effectieve feedback. Dit houdt in dat een leerling op regelmatige basis feedback krijgt over specifieke doelen, kennis of vaardigheden. Om dit te verwezenlijken volgt de klasleraar systematisch alle leerlingen op door middel van onder andere klaseigen toetsen, LVS, observaties, enz..
Ouders betrekken is een belangrijke pijler binnen de preventieve basiszorg. Ouders worden gezien als ervaringsdeskundigen die een belangrijke inbreng hebben bij het onderwijsproces van hun kind. Binnen de preventieve basiszorg spreken we van volwaardig partnerschap. Partnerschap tussen school en ouders is te omschrijven als een wederzijdse betrokkenheid, met als doel optimale omstandigheden voor de ontwikkeling en het leren van kinderen thuis en op school te realiseren.
Op schoolniveau wordt gestreefd naar een veilige en ordelijke omgeving. Dit betreft de schoolregels en -procedures die orde en een gevoel van veiligheid creëren voor leraren en leerlingen.
Van de klasleraar wordt verwacht dat hij een veilig pedagogisch klimaat ontwikkelt. In een veilig pedagogisch klimaat ontwikkelen leerlingen een realistisch en positief zelfbeeld en wordt de positieve ingesteldheid verhoogd. De leerkracht houdt daarom zo veel mogelijk rekening met het ontwikkelingstempo, de individuele mogelijkheden en de achtergrond van elke leerling.
De leerkracht stelt ambitieuze, realistische en haalbare doelen en gelooft in de groeimogelijkheden van elke leerling. Hij/Zij legt de lat hoog voor iedereen!
Hij/zij houdt rekening met de competenties van de leerlingen door te differentiëren naar tempo of doel.
We beogen betekenisvol leren via een rijke ondersteuning en interactie in een positief, veilig en rijk leerklimaat.
Het professionaliseren van leraren kan een aanmoediging en een steun zijn om binnen de klaspraktijk nieuwe onderwijsstrategieën uit te proberen.

2.2 Verhoogde zorg - fase 1.

In de fase van de verhoogde zorg zoeken we oplossingen en manieren van aanpak die kunnen gerealiseerd worden binnen de reguliere werking en omkadering van onze school en in samenwerking met de ouders en de leerling.
Het evalueren en registreren van deze interventies gebeurt via ons digitaal leerlingvolgsysteem. Zo wordt een eventueel toekomstige overstap naar de fase van uitbreiding van zorg, waar intens en leerlingengebonden wordt samengewerkt, degelijk en transparant onderbouwd.
Het zorgteam en de leerkracht(en) zoeken in de verhoogde zorg samen een gerichte aanpak of interventie voor de leerling(en) en bepalen verdere stappen. De klasleerkracht heeft een cruciale rol bij het begeleiden van deze leerling(en). De ouders worden vanaf dit moment steeds geïnformeerd en mogelijk actief betrokken.
Optioneel kan ook het CLB betrokken worden.
Om tot goede interventies te komen in de fase van de verhoogde zorg staan de volgende elementen centraal:

  • De onderwijsbehoeften worden zo goed mogelijk bepaald;
  • Alle partners worden betrokken: leerkrachten, ouders en kinderen;
  • Er wordt gebruik gemaakt van de positieve kenmerken;
  • Er wordt breed gekeken. Een valkuil is immers te snel een bepaald spoor in te slaan of al meteen vermoedens te uiten rond een diagnose of label;
  • De maatregelen zijn concreet omschreven;
  • Er wordt gestreefd naar succeservaringen;
  • De interventies zijn afgestemd op de context;
  • Er wordt rekening gehouden met de ondersteuningsbehoeften van leerkrachten en ouders;
  • We werken naar een einddoel en werken hierbij in haalbare (tussen)stappen;
  • Een goede planning, afspraken en evaluatie van de gekozen acties zijn nodig.

Bron : katholiek basisonderwijs VADEMECUM ZORG – www.prodiagnostiek.be

Alle interventies blijven erop gericht dat de leerlingen de aansluiting met de klassengroep niet kwijtraken. Deze interventies worden vastgelegd in een zorgoverleg (klastitularis - zorgleerkracht - zorgcoördinator). De interventies, acties en vorderingen kunnen vastgelegd worden in een begeleidingsplan opgesteld door de zorgleerkracht.

2.3 Uitbreiding van zorg - fase 2.

Voor sommige leerlingen volstaat de verhoogde zorg niet meer. De huidige begeleiding van de leerling in de schoolse situatie dreigt vast te lopen. Het schoolteam voelt dat zijn inspanningen en deze van de ouders en van de leerling geen of onvoldoende resultaat opleveren en heeft versterking nodig. Er is nood aan bijkomende inzichten in de onderwijsleersituatie. Schoolteam en leerling/ouders besluiten het CLB-team te betrekken bij de individuele probleemanalyse.
Op een MDO (klastitularis - zorgleerkracht - zorgcoördinator - directeur- eventuele externen zoals kinesist, logopedist, reva-medewerkers,…) worden de verdere acties geconcretiseerd. Deze acties worden vastgelegd in een handelingsplan.
Er wordt soms gekozen voor Redicodis-maatregelen (Remediërende, differentiërende, compenserende en dispenserende maatregelen). De leerling kan zo met aangepaste maatregelen het getuigschrift basisonderwijs behalen. Er kan ook gekozen worden voor curriculumdifferentiatie. Hierbij wordt een leerling vrijgesteld van bepaalde delen van het gemeenschappelijk curriculum. In overleg wordt dan bepaald of de leerling nog het getuigschrift kan halen of dat het getuigschrift behaald kan worden na het eerste jaar B van het secundair onderwijs.

2.4 fase 3 IAC

(individueel aangepast curriculum).

Voor een heel groot aantal leerlingen zal het hierboven beschreven proces van ondersteuning en begeleiding volstaan. Toch zijn er een klein aantal leerlingen voor wie alle investeringen in het zoeken naar afstemming van het aanbod op de onderwijsbehoeften niet resulteren in een verbeterde participatie van de leerling aan het klas- en schoolgebeuren. Wanneer de zorgvraag de draagkracht van de school overstijgt, kan een overstap naar een school met een meer specifiek aanbod een zinvol alternatief zijn. Wanneer de fase van de uitbreiding van de zorg ten einde loopt en het duidelijk wordt dat een nieuwe fase zich opdringt, blijft het schoolteam de leerling actief helpen en open communiceren met de betrokken partners. Tevens zullen zij naast het CLB-team steun bieden bij het zoeken naar een nieuwe school op maat. Van zodra duidelijk is welke ‘school op maat’ past voor de leerling, zal het schoolteam rechtstreeks met deze school contact opnemen en in samenspraak met de ouders relevante handelingsgerichte praktijkinformatie ter beschikking stellen.

Bron : katholiek basisonderwijs VADEMECUM ZORG – www.prodiagnostiek.be

3 Handelingsgericht werken.

Handelingsgericht werken krijgt een plaats binnen het zorgcontinuüm.
Handelingsgericht werken is een systematische manier van werken die gebaseerd is op de uitgangspunten van handelingsgerichte diagnostiek. Deze manier van werken vormt het referentiekader binnen het zorgcontinuüm om de interne werking op school te optimaliseren. Het HGW biedt een kader voor wie betrokken is bij de zorg op school: de leden van het schoolteam (directie, leerkracht, zorgcoördinator, …) en de betrokken schoolexternen, in de eerste plaats het CLB. HGW bundelt de krachten van al deze actoren. Het beïnvloedt alle aspecten van het zorgbeleid en alle fases van de zorg.
De ZEVEN uitgangspunten vormen de essentie van HGW. Ze vormen de criteria waaraan men de werking binnen het bovenstaande zorgcontinuüm kan aftoetsen. Op die manier wordt zowel de remediërende als de preventieve aanpak handelingsgericht. Het is van belang om alle zeven uitgangspunten na te streven, omdat ze onderling sterk samenhangen en voorwaarden zijn om te kunnen spreken van een handelingsgerichte aanpak.

Zeven uitgangspunten :

1. Ondersteunings- en onderwijsbehoeften.

We vragen ons af WAT een groep/leerling NODIG geeft om een doel te bereiken.
We vragen ons af HOE we dit (nog beter) kunnen realiseren.
We bepalen het gewenste aanbod, de aangewezen aanpak voor een groep/leerling.
Daarnaast richten we ons ook op de ondersteuningsbehoeften van de leerkracht of de ouders: Wat zijn hun vragen en waaraan hebben zij behoefte? Wat hebben zij nodig om een kind goed te begrijpen en te ondersteunen?

2. Afstemming en wisselwerking tussen het kind en zijn omgeving.

Voortdurend is er wederzijdse beïnvloeding tussen de persoon en zijn omgeving, tussen de leerling en zijn context. We zijn ons bewust van onze eigen invloed als iets werkt of niet werkt. We reflecteren over de kwaliteit van de afstemming van onze eigen aanpak, ons aanbod op de onderwijsbehoeften van de leerlingen.
We proberen elk probleem in zijn context plaatsen: ‘deze leerling van deze ouders, in deze klas, bij deze leerkracht, in deze school heeft een moeilijkheid, hoe kunnen we dat aanpakken’? De context kennen, geeft handvatten om te handelen. Dit gaan we gericht gebruiken bij het formuleren van adviezen. We hebben respect voor verschillen tussen leerkrachten, ouders, kinderen. Een advies zal daarom altijd op maat zijn en komt tot stand in overleg.

3. Doelgericht.

Het team formuleert doelen met betrekking tot leren, werkhouding en sociaal- emotioneel functioneren. Het gaat hierbij zowel om korte als lange termijndoelen. Elke handeling, elke stap moet nodig en nuttig zijn in functie van het afgesproken doel.

4 .De leerkracht doet ertoe !

We realiseren passend onderwijs en leveren daarbij een cruciale bijdrage aan een positieve ontwikkeling van leerlingen op het gebied van leren, werkhouding en sociaal-emotioneel functioneren. Wij zijn ervan overtuigd dat we de totale ontwikkeling van al onze leerlingen positief kunnen beïnvloeden. We gaan positief om met verschillen tussen leerlingen. Dit geldt zowel voor het omgaan met de diversiteit in de klassengroep (bv. preventie en differentiatie) als voor het omgaan met meer specifieke behoeften van leerlingen.
We zijn steeds op zoek naar mogelijkheden om onze eigen kennis en vaardigheden verder te ontwikkelen.

5. Positieve kenmerken.

We nemen de problemen die ouders, kind of leerkracht ervaren serieus. Toch moeten we behoedzaam zijn dat we ons niet te sterk focussen op datgene wat niet goed gaat.
Aandacht schenken aan wat wel werkt, aan datgene wat wel goed gaat, m.a.w. aan het positieve verbetert de samenwerking, verhoogt het gevoel van competentie van de leerling, leraar en ouders en motiveert en biedt aangrijpingspunten om te handelen. Het positieve versterken leidt tot betere resultaten dan het negatieve ombuigen. We zoeken naar de sterke kanten van leerlingen, ouders, collega’s.
We benoemen de sterke kanten en benutten deze om het vooropgestelde te kunnen bereiken.

6. Constructieve samenwerking.

Leerkrachten, ouders en kind zijn volwaardige partners. Ze participeren elk vanuit hun eigen deskundigheid. We bepalen samen de beeldvorming, de doelen, de onderwijsbehoeften van de groep/de leerling. We evalueren samen en sturen bij. We laten leerlingen en ouders participeren. Beiden hebben inspraak. We streven ernaar om als team complementair samen te werken. We werken constructief samen met schoolexterne diensten.

7. Systematisch en transparant.

Elke handeling, elke stap moet nodig en nuttig zijn in functie van het afgesproken doel.
We bepalen waar we naartoe willen. We bepalen waarom welke informatie nodig is om efficiënt te handelen. Er gebeuren slechts onderzoeken die strikt noodzakelijk zijn. We nemen methodeonafhankelijke toetsen af enkel en alleen als ze ons informatie opleveren betreffende de onderwijsbehoeften. Het resultaat van een goed overleg is een advies dat antwoord geeft op de hulpvraag, die voor alle partijen wenselijk en haalbaar is en door iedereen kan gedragen worden.

Bron : katholiek basisonderwijs VADEMECUM ZORG – www.prodiagnostiek.be

4. Het SES-beleid als onderdeel van het zorgbeleid.

SES-lestijden zijn lestijden die toegekend zijn op basis van de socio-economische status van leerlingen in het gewoon basisonderwijs die gevat wordt door drie kenmerken:

  • de thuistaal (niet Nederlands)
  • het diploma van de moeder
  • het verkrijgen van een schooltoelage

Het spreekt voor zich dat als we als school zorgzaam werken dit ten goede komt van alle leerlingen, dus ook van onze leerlingen met SES-kenmerken.
Toch hebben we in onze zorgvisie speciale aandacht voor deze doelgroep.
Dit uit zich in het werken op verschillende actieterreinen.

Actieterrein 1 : Sociaal-emotionele ontwikkeling.

We willen kinderen uit deze doelgroep een rugzak meegeven aan sociale vaardigheden en hen kansen bieden om hun sociale vaardigheden steeds verder te ontwikkelen.

  • RV 1 Kinderen hebben vertrouwen in zichzelf.
  • RV 2 Kinderen kunnen omgaan met de eigen gevoelens.
  • RV 3 Kinderen kunnen zich inleven in een ander.
  • RV 4 Kinderen kunnen met de andere(n) in relatie treden.
  • RV 5 Kinderen ervaren hoe waarden en normen aan relaties inhoud en richting geven.
  • RV 6 Kinderen ervaren hoe mensen met de vele mogelijkheden van hun lichaam uitdrukking geven aan zichzelf en aan hun relatie met de andere(n).

Actieterrein 2 : preventie en remediëring.

Door een leerrijke klasomgeving en -klimaat, een preventieve en remediërende houding van de klastitularis en het zorgteam willen we alle leerlingen uit deze doelgroep voldoende kansen geven op het behalen van de curriculumdoelen en dus ook van de eindtermen. Bij onze kinderen met SES-kenmerken denken we na over de specifieke noden van deze groep zodat ook zij voldoende kansen hebben op kwaliteitsvol onderwijs. Hierbij hebben we ook aandacht voor kansarmoede, huiswerkbegeleiding, inschrijvingsbeleid, rondleiding aan nieuwe leerlingen, Ict-onderwijs, …

Actieterrein 3 : taalontwikkeling.

We willen zorgen voor voldoende taalontwikkeling bij deze leerlingen. Wij willen deze kinderen voldoende kansen bieden om in contact te komen met goede kinderboeken. Wij willen deze kinderen ook voldoende kansen geven om hun mondeling taalgebruik te oefenen in een veilige omgeving, zodat elk kind zich op een volwaardige manier kan uitdrukken en verstaanbaar kan maken in verschillende situaties.

Wij willen ouders ondersteunen om hun taalzwakke kinderen te stimuleren in hun taalontwikkeling. Ook willen we zorgzaam omgaan met anderstaligen. Het is voor deze doelgroep belangrijk dat zij zo vlug als mogelijk zich kunnen behelpen in de Nederlandse taal.

Bron : katholiek basisonderwijs VADEMECUM ZORG – www.prodiagnostiek.be

5. De samenstelling van ons zorgteam.

Het zorgteam bestaat uit :

- de klasleerkrachten
- de zorgcoördinator : Naomi Longeval (KO), Marleen Ottoy (LO)
- de zorgleerkrachten : Lesley De Schepper, Marleen Verkens, Marleen Ottoy, Sara Leuckx, Isabelle Messely
- de directeur : Rudi Veyt

6. De werking van het zorgteam.

6.1. Maken en opvolgen van het operationeel plan.

Het zorgteam maakt het operationeel plan en stuurt het bij. In beleidsvergaderingen worden de gerealiseerde zorginitiatieven geëvalueerd en bijgestuurd. Ook nieuwe initiatieven worden besproken in beleidsvergaderingen.

6.2 Het opvolgen van een groep/leerlingen : preventief werken.

Om onze leerlingen goed op te volgen, worden preventief op vaste tijdstippen specifieke leeftijdsgebonden methodeonafhankelijke genormeerde testen op verschillende domeinen afgenomen door de klasleerkracht.

Deze testen worden samen met de observaties en de resultaten van de klastoetsen alsook samen met het functioneren in de klas als uitgangspunt genomen voor verder zorgoverleg. Alle gegevens worden verzameld in een digitaal leerlingdossier. Dit vormt de informatiebasis die meegaat met de leerling over alle klassen van het basisonderwijs heen en zo worden de volgende klasleerkrachten geïnformeerd over de leerling.

6.3 Eerstelijnszorg : de klasleerkracht als eerst hulp.

De klasleerkracht is de spilfiguur binnen de zorgwerking. Hij/zij is de eerste hulp, alle signalen komen bij hem/haar toe. Het zorgteam ondersteunt de klasleerkracht in deze zorgwerking. Dit kan zijn door deze leerkracht te coachen, door ondersteuning in de klas aan te bieden, door een zorgoverleg te organiseren, …

6.4 Extra aandacht en zorg.

Het zorgteam kan ingeschakeld worden voor ondersteuning op vlak van observatie, individuele begeleiding, helpen differentiëren, zoeken van materialen, een groepje apart nemen voor bepaalde problemen, een traject aanbieden aan een groep/een leerling in verband met sociaal-emotionele vorming, …

Het zorgteam legt contacten met de ouders en/of de externen en bespreekt in een zorgoverleg en/of MDO het verdere handelingstraject van een groep /een leerling.

6.5 Bijzondere zorg voor leerlingen met leerstoornissen.

Bij leerlingen waarbij een leerstoornis is vastgesteld worden speciale Redicodis-maatregelen genomen. Redicodis staat voor remediëren, differentiëren, compenseren en dispenseren. Deze maatregelen worden vastgelegd in een MDO. Het zorgteam zorgt voor het vastleggen van deze maatregelen in een Redicodis-plan dat terug te vinden is in het leerlingdossier.

6.6 Kindvolgsysteem.

Het digitaal kindvolgsysteem op IkKlik en lomniwise omvat alle nuttige informatie in verband met de ontwikkeling van een leerling uit de basisschool:

  • De aanvraag tot een zorgoverleg of een MDO
  • Verslagen van overlegmomenten, van oudergesprekken, van zorggesprekken, van MDO's….
  • Observaties van een leerling/een groep leerlingen
  • De resultaten van de LVS-toetsen
  • De resultaten van de sociogrammen
  • Verslagen van logo, kine,…
  • Handelingsplannen, Redicodis-maatregelen,…
  • Observaties van de ontwikkelingsaspecten (bij kleuters)

Elke leerkracht en elk lid van het zorgteam heeft inzage in het leerlingvolgsysteem en kan het aanvullen met observaties of bijkomende informatie.

6.7 Jaarkalender.

Hierop worden alle belangrijke zorgmomenten vastgelegd. Alle leden van het schoolteam kunnen de kalender raadplegen.
Op deze kalender kun je onder ander het volgende terugvinden :

- screening-momenten (LVS, evaluaties van de ontwikkelingsaspecten bij kleuters);
- MDO’s , zorgoverleg;
- CLB-permanentiedagen op school.

Daarnaast heeft de zorgleerkracht een wekelijkse kalender met de activiteiten voor de komende week. Deze weekrooster wordt aan alle leden van het team digitaal bezorgd voor de aanvang van de activiteiten.

6.8 X-tra zorg in het basisonderwijs.

De zorgleerkrachten hebben de opdracht de kleuters en lagere schoolkinderen met zorgvragen te helpen. Deze zorgvragen kunnen zowel betrekking hebben op de ontwikkeling van kleuters of op het curriculum bij lagere schoolkinderen (kinderen met leerproblemen, kinderen met een achterstand of een ontwikkelingsvoorsprong) als op de relationele of socio-emotionele ontwikkeling. De zorgleerkrachten stellen een begeleidingsplan op. Deze kan uitgevoerd worden in de klas door de zorgleerkracht of de klastitularis (in aanwezigheid van de zorgleerkracht) of door de zorgcoördinator of zorgjuf (in geval van relationele of socio-emotionele problemen).
In geen geval kunnen de zorgleerkrachten een begeleidingstraject aanvangen zonder zorgoverleg of MDO-gesprek.
Voor elk lager schoolkind dat in de  extraklas wordt opgenomen, houdt de zorgleerkracht een handelingsplan bij.
Ouders worden  per mail op de hoogte gehouden van de vorderingen van hun kind.
Het spreekt voor zich dat ouders altijd een afspraak kunnen maken met de zorgleerkracht om de vorderingen van hun kind te bespreken.